Boeren met beleid

‘Boeren met beleid’ is, in tegenstelling tot het keurmerk 'Prima voor elkaar' van Stichting Kinderboerderijen Nederland (SKBN), wél een diervriendelijk beleid voor kinderboerderijen. Ons streven is dat er in de toekomst op iedere kinderboerderij dit ‘Boeren met beleid’ als uitgangspunt voor regelgeving wordt gehanteerd om het welzijn van de dieren op de kinderboerderij te waarborgen.

In 2005 is het initiatiefvoorstel 'Boeren met beleid' door de gemeenteraad van Den Haag aangenomen als regelgeving voor alle stadsboerderijen in Den Haag. Worden er in het keurmerk ‘Prima voor elkaar’ van SKBN enkel de minimale normen van de intensieve veehouderij gehanteerd voor het waarborgen van het welzijn van dieren, in ‘Boeren met beleid’ is dierenwelzijn het uitgangspunt voor goede en diervriendelijke regelgeving.

Om maar een paar voorbeelden te noemen uit dit ‘Boeren met beleid’:

Dieren worden zoveel mogelijk via aanschaf verworven, of er wordt geput uit het overschot van andere kinderboerderijen in Nederland. Dieren kunnen ook worden overgenomen van asiels, dierenambulances en andere dierenwelzijnsorganisaties wanneer eventuele gedragsproblemen dat niet in de weg staan.

Alleen om de populatie op peil te houden kan het fokken met landbouwhuisdieren worden overwogen. Met kleindieren als cavia's, konijnen en kippen mag niet worden gefokt.

De kinderboerderij - en niet de handelaar - blijft verantwoordelijk voor de opvang van (onverhoopt) overtollige dieren. Dieren die - ondanks alles - weg moeten van de kinderboerderij gaan niet meer naar de veiling, handel of slacht. Voor hen wordt een diervriendelijke opvang geregeld waar de dieren voldoende bewegingsvrijheid hebben, soortgenoten om zich heen hebben en niet alsnog de kans lopen afgevoerd te worden.

Dieren worden gehuisvest conform hun natuurlijke behoeftes en leefomgeving. Dit betekent o.a. dat sociale dieren (bijv. koeien, konijnen, cavia's en varkens) niet meer solitair hoeven te leven, maar altijd één of meerdere soortgenoten bij zich hebben. Het is niet nodig om dieren, die zonder problemen met elkaar kunnen samenleven, van elkaar te scheiden. Ook oude dieren krijgen een kans; indien noodzakelijk worden voor hen één of meerdere bejaardenweiden geopend waar zij, afgeschermd van het publiek, van een rustige oude dag kunnen genieten.

Boeren met beleid (ris123353_13-jan-2005)

Een initiatiefvoorstel van de Haagse gemeenteraadsfracties van de Haagse Stadspartij,
de ChristenUnie-SGP en de SP

1. Inleiding
In 2003 ontstond er in Den Haag maatschappelijke onrust over het welzijn van de bokjes Jim en Jamai, het varken Maxima en de koe Greet. Dit was voor de gemeenteraad aanleiding om zich in 2004 te buigen over het beleid ten aanzien van stadsboerderijen. Er is stilgestaan bij het fokbeleid, tijdens een werkbezoek zijn verschillende boerderijen bezocht, en er heef t een werkbespreking met maatschappelijke organisaties plaatsgevonden. Steeds bleek het beleid ten aanzien van stadsboerderijen complexer dan zich op het eerste gezicht laat aanzien. Dat heeft niet alleen te maken met de verschillen in opvatting over de rol van dieren en hoe je daar mee omgaat, maar ook met de meervoudige functie die kinderenboerderijen in het stadsleven vervullen. Stadskinderen komen in aanraking met de dieren van het platteland en steken de nodige wetenswaardigheden op over die dieren en over hoe de mens met dieren omgaat. Vele basisscholen hebben een bezoekje aan een stadsboerderij opgenomen in het lesprogramma. Maar vaker nog brengen de kinderen met hun ouders in hun vrije tijd een bezoek aan één van de boerderijen. Daarmee hebben de stadsboerderijen naast een educatieve functie ook een belangrijke recreatieve functie en zijn het sociale ontmoetingsplaatsen waar het dier centraal staat. De dieren zijn in feite de huisdieren van de stad compleet met namen waarvan in Den Haag Jim en Jamai, Maxima en Greet de bekendste zijn.

Het gegeven dat op stadsboerderijen het respect voor de dieren voorop moet staan en dat de dieren de huisdieren van de stad zijn, is voor de Haagse Stadspartij, de ChristenUnie-SGP en de SP aanleiding voor herijking van het beleid ten aanzien van stadsboerderijen. Met dit initiatiefvoorstel wordt het dierenwelzijn uitgangspunt van het beleid. Wat dit voor de praktijk van stadsboerderijen betekent wordt hierna geschetst. Omdat dit voorstel consequenties heeft voor het huidige beleid komt er een overgangsregeling. Van het college wordt gevraagd de financiële consequenties van deze beleidswijziging in beeld te brengen zodat financiële besluitvorming voor de begroting van 2006 mogelijk wordt.

2. Dierenwelzijn
Dieren worden gehuisvest conform hun natuurlijke behoeftes en leefomgeving. Dit betekent o.a. dat sociale dieren (bijv. koeien, konijnen, cavia's en varkens) niet meer solitair hoeven te leven, maar altijd één of meerdere soortgenoten bij zich hebben. Het is niet nodig om dieren, die zonder problemen met elkaar kunnen samenleven, van elkaar te scheiden. Varkens hebben een onverharde uitloop nodig waar zij kunnen wroeten. De snavels van kippen en de hoorns van koeien worden niet ingekort. Koeien worden niet meer vastgezet, maar dienen een stal te hebben met voldoende ruimte en vrije uitloop. Konijnen moeten de kans krijgen te kunnen graven en te schuilen. Hiertoe moeten "buitenrennen" worden gerealiseerd zoals op stadsboerderij "de Nijkampshoeve. Ook oude dieren krijgen een kans; indien noodzakelijk worden voor hen één of meerdere bejaardenweiden geopend waar zij, afgeschermd van het publiek, van een rustige oude dag kunnen genieten. Het grasland van b.v. "Hoeve Bijdorp" komt hiervoor in aanmerking.

Mannelijke dieren worden niet te snel als overbodig gezien, maar krijgen zoveel mogelijk een kans. Rammen, maar ook rammelaars, beertjes en bokken e.a. kunnen gecastreerd worden.

3. Fokken van dieren
Dieren worden zoveel mogelijk via aanschaf verworven, of er wordt geput uit het overschot van andere stadsboerderijen in Nederland. Dieren kunnen ook worden overgenomen van asiels, dierenambulances en andere dierenwelzijnsorganisaties wanneer eventuele gedragsproblemen dat niet in de weg staan. Alleen om de populatie op peil te houden kan het fokken met landbouwhuisdieren worden overwogen. Met kleindieren als cavia's, konijnen en kippen mag niet worden gefokt. Het is niet de taak van stadsboerderijen om Oud-Hollandse rassen in stand te houden als dat betekent dat niet raszuivere en overbodige dieren worden afgevoerd.

4. Opvang
De gemeente - en niet de handelaar - blijft verantwoordelijk voor de opvang van (onverhoopt) overtollige dieren. Dieren die - ondanks alles - weg moeten van de stadsboerderij gaan niet meer naar de veiling, handel of slacht. Voor hen wordt een diervriendelijke opvang geregeld waar de dieren voldoende bewegingsvrijheid hebben, soortgenoten om zich heen hebben en niet alsnog de kans lopen afgevoerd te worden. Afvoer naar de veiling van jonge dieren en/ of oude klein dieren wordt met onmiddellijke ingang gestopt.

Met de nieuwe eigenaren van dieren die onverhoopt weg moeten, worden schriftelijke afspraken gemaakt. De dieren blijven tot een half jaar na het moment dat zij zijn overgedragen eigendom van de gemeente Den Haag en worden na een maand en na een half jaar ter controle bezocht door een functionaris van de Gemeente Den Haag (dit kan een beheerder zijn) om toe te zien of het welzijn van het dier bij de nieuwe eigenaar niet wordt aangetast.

5. Educatie
Bezoekers moeten leren dieren in hun waarde te laten door ze niet onophoudelijk te voeren, niet te veel en ongewenst aan te halen en te leren hoe zij de dieren moeten benaderen/optillen. Als gevolg van de beleidswijziging m.b.t het fokken worden bezoekers erop gewezen dat niet ieder jaar jonge dieren aanwezig kunnen zijn, en dat ook oudere dieren interessant zijn.

De educatie wordt meer gericht op het verschil tussen stadsboerderijen en de bio-industrie, bijvoorbeeld door met foto's en video's te tone n hoe landbouwhuisdieren in Nederland echt leven. De verschillen tussen de bio- industrie en de biologische manier van veehouden worden daarbij belicht.

Bezoekers worden geïnformeerd over de verblijfplaats en omstandigheden van afgevoerde dieren.

6. Gezondheid
Er worden maatregelen genomen om de vervetting bij dieren tegen te gaan;
a. Het voederbeleid (ook t.a.v. het publiek) dient te worden aangepast.
    Voederen is alleen toegestaan na toestemming van of samen met de beheerder.
b. Dieren dienen voldoende bewegingsvrijheid te krijgen.

Beheerders en medewerkers van stadsboerderijen mogen niet zelf veterinaire handelingen uitvoeren; dit is de taak van de dierenarts. Wel is mogelijk dat een aantal taken na overleg met de dierenarts worden gedelegeerd.

Het laten inslapen van dieren die ongeneeslijk ziek of plotseling onhandelbaar zijn dient altijd door een dierenarts uitgevoerd te worden. Het is beheerders en medewerkers van stadsboerderijen niet toegestaan om met dit doel zelf handelend op te treden.

7. Transport
Dieren die ziek zijn (niet licht ziek) mogen alleen naar de dierenarts vervoerd worden,. Het vervoer van dieren vindt op een diervriendelijke wijze plaats; het vervoeren van kleindieren in kratjes (achterop de fiets) is bijvoorbeeld niet toegestaan.

8. Veiligheid
De weiden en knuffelhoeken mogen alleen voor het publiek geopend zijn als de beheerder of een andere gekwalificeerde medewerker hier toezicht op kan houden. De stadsboerderijen nemen alle noodzakelijke maatregelen om mishandeling of diefstal van de dieren tegen te gaan. Dit kan op sommige locaties betekenen dat alle dieren na sluitingstijd op stal worden gezet.

9. Financiën en planning
Het college werkt op basis van de hierboven geschetste beleidswijzigingen de financiële consequenties in vergelijking met het huidige beleid uit, en presenteert deze in een notitie voor het zomerreces van 2005 opdat besluitvorming bij de begroting van 2006 mogelijk wordt. Bij deze notitie wordt de mogelijkheid om dieren door burgers financieel te laten adopteren nader in beeld gebracht. Voorstellen die geen financiële consequenties hebben zijn vanaf het moment van besluitvorming van kracht.

10. Overgangsregeling
Tussentijds hoeven dieren die nu reeds op de stadsboerderijen leven, solitair worden gehuisvest en om plausibele redenen niet met een ander dier samengevoegd kunnen worden, niet afgevoerd te worden omdat het streven op groepshuisvesting is gericht. Hetzelfde geldt voor het verkleinen van de kudden schapen en geiten om bijvoorbeeld de komst van 2 of 3 permanent te houden koeien mogelijk te maken. De kudden dienen - door het fokken drastisch te beperken - kleiner gemaakt te worden totdat het mestoverschot zodanig is dat het wettelijk is toegestaan om meerdere koeien te houden. De veranderingen hebben wel direct betrekking op nieuw aan te schaffen of te fokken dieren.

Dictum

De raad van de gemeente Den Haag;
Gelezen het initiatiefvoorstel 'Boeren met beleid' van de fracties van de Haagse Stadspartij,
de ChristenUnie-SGP en de SP;
Besluit:

I. Vast te stellen de volgende uitgangspunten voor het dierenwelzijnsbeleid op Haagse stadsboerderijen:
a. dieren worden gehuisvest conform hun natuurlijke behoeftes en leefomgeving;
b. dieren worden zoveel mogelijk via aanschaf verworven;
c. de gemeente blijft verantwoordelijk voor (onverhoopt) overtollige dieren;
d. bij de educatie komt meer aandacht voor het in hun waarde laten van de dieren;
e. maatregelen worden genomen om vervetting tegen te gaan;
f. zieke dieren worden in principe niet vervoerd;
g. weiden en knuffelhoeken zijn slechts voor publiek toegankelijk indien adequaat toezicht aanwezig is;

II. Het college te verzoeken om voor het zomerreces 2005 een notitie aan de raad te presenteren waarin de financiële consequenties van deze uitgangspunten nader uitgewerkt worden ter voorbereiding van de begroting 2006;

III. Te bepalen dat de onder I. geformuleerde uitgangspunten zonder financiële consequenties met directe ingang van kracht zijn met inachtneming van de overgangsregeling.

naar boven